Problemen met hart en bloedvaten moeten bij vrouwen anders worden aangepakt dan bij mannen. Janneke Wittekoek is daarvan overtuigd. Echter, lang niet alle collega-cardiologen delen die visie.

Wittekoek is van de getallen. Zo becijfert ze in ”Het vrouwenhart” al snel dat er tegenwoordig meer vrouwen overlijden aan hart- en vaatziekten dan mannen: dagelijks kost dit 57 vrouwen het leven, tegenover 53 mannen. „Het is zorgwekkend dat nog steeds veel mensen hart- en vaatziekten zien als een mannenkwaal. En, wat ernstiger is, ook huisartsen herkennen vaak de klachten niet van vrouwen met een serieus hartprobleem.”

Dat een hartaandoening bij vrouwen geregeld wordt gemist, heeft verschillende oorzaken, zo schrijft Wittekoek. Het kan te maken hebben met de symptomen waarmee de aandoening zich uit. Terwijl mannen naar de huisarts gaan met krampende of drukkende pijn op de borst, kampen vrouwen vaker met vermoeidheid, kortademigheid en pijn in de kaken, de rug of tussen de schouderbladen. Niet zelden worden zulke verschijnselen gezien als overgangsklachten.

In de tweede plaats blijken er bij vrouwen veelal andere hartvaten te zijn aangedaan. Bij mannen zien cardiologen over het algemeen een plaatselijke vernauwing van de grote kransslagaders, de vaten die het hart van bloed voorzien. Bij vrouwen zou die vernauwing meer diffuus zijn, verspreid over het hele hartvaatbed.

Probleem is dat het standaardhartonderzoek die diffuse vernauwing niet oppikt, constateert Wittekoek. Dat brengt alleen de grote vaten in beeld – in totaal zo’n 10 procent van het vaatbed. Bij mannen zit daar ook daadwerkelijk het knelpunt, maar bij vrouwen kunnen die vaten volkomen schoon ogen. „De overige 90 procent betreft de kleine bloedvaten en die kunnen we helemaal niet zien tijdens een hartcatheterisatie. (…) Ik erger me aan het feit dat veel vrouwen worden weggestuurd met de zin: „De vaten om het hart zien er goed uit” en waar vervolgens niet dieper wordt ingegaan op de klachten die vrouwen hebben.”

Een derde verschil is dat de hartvaten bij vrouwen nogal eens verkrampen ná lichamelijke inspanning, terwijl ze tijdens het bewegen geen klachten hebben. Ook dat kan specialisten die uitgaan van het typische mannen-hartbeeld op het verkeerde been zetten. „Terwijl het inspannings-ECG bij mannen in 72 procent van de gevallen uitsluitsel geeft over belangrijke vernauwingen van de kransslagaders, is dit bij vrouwen slechts in 43 procent van de gevallen zo.”

Leefstijl
Als het gaat om de behandeling van hartproblemen werkt Wittekoek liever aan verbetering van de leefstijl van haar patiënten dan dat ze pillen voorschrijft. Toch bestaat de behandeling in de praktijk vaak uit een combinatie van beide, erkent ze. Liever nog ziet ze dat artsen aan leefstijlverandering werken vóór er hartproblemen ontstaan. Voorkomen is immers altijd beter dan genezen.

In de afgelopen jaren is duidelijk geworden dat vrouwen met hart- en vaatproblemen met veel lagere doseringen medicatie toekunnen dan mannen. Op dat punt loopt Wittekoek geregeld aan tegen het feit dat de apotheek is ingesteld op mannen. „Ik werk in de vrouwencardiologie met ‘snufjes’ medicatie. Maar die laag gedoseerde pillen liggen vaak niet op voorraad bij de apotheek. De bulkinkopen zijn gebaseerd op resultaten in studies met grote groepen mannen.” (zie kader ”Meer zicht op man-vrouwverschillen”)

Therapietrouw is voor haar een belangrijke reden om vast te houden aan de lagere dosering. „Vergeleken met mannen ervaren vrouwen 60 procent meer bijwerkingen. Geen wonder dat de therapietrouw soms ver te zoeken is.”

Dat Wittekoek liever inzet op leefstijlverandering dan op behandeling met medicatie zonder dat onderliggende oorzaken worden aangepakt, is zonder meer prijzenswaardig. Het merendeel van haar patiënten zal er inderdaad baat bij hebben wanneer ze andere keuzes maken qua eten en meer gaan bewegen.

De cardiologe, zelf een fanatiek hardloopster, wekt in haar boek de indruk dat dit de beste manier is om actief te zijn. Die eenzijdigheid is jammer. Voor de een zal joggen inderdaad een goede sport zijn, bij de ander past een teamsport misschien beter. Een derde zal de voorkeur geven aan de sportschool en een vierde gaat het liefst zwemmen. Wittekoek bedoelt het vast niet zo, maar ze laat haar lezer te weinig ruimte om een sport te kiezen die bij hem of haar past.

Onderzoek
Terecht besteedt Wittekoek aandacht aan de HeartLifeklinieken die ze in 2012 in Utrecht is gestart, maar na verloop van tijd bekruipt je als lezer wel het gevoel dat het boek te veel een reclamepraatje is voor haar kliniek. Ook omdat ze collega-cardiologen die net zo goed aandacht hebben voor het vrouwenhart niet of nauwelijks noemt.

Daarmee doet ze de lezer en haar collega’s tekort. De lezer heeft er recht op om te weten dat er niet alleen in Utrecht een cardioloog is die gespecialiseerd is in hartaandoeningen bij vrouwen, maar net zo goed in Nijmegen en Leiden.

Angela Maas, hoogleraar vrouwencardiologie in het Radboudumc, en Harriette Verwey, cardioloog in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC), pleiten net zo goed als Wittekoek voor verbetering van de hartzorg aan vrouwen. En ze doen beiden wetenschappelijk onderzoek naar de verschillen tussen mannen en vrouwen als het gaat om hart- en vaatziekten, om zo de zorg aan vrouwen te kunnen verbeteren.

Het eerste deel van het boek is uiteindelijk het relevantst. Dat deel waarin Wittekoek beschrijft waarin de hartklachten van mannen en vrouwen verschillen en dat aandoeningen van het hart bij vrouwen geregeld gemist worden met de standaard cardiologische onderzoeken.

Wanneer die kennis breder bekend wordt, draagt dat mogelijk bij aan een daling van het aantal vrouwen dat aan hart- en vaatziekten overlijdt.

heartlife.nl

Risicofactoren voor hartproblemen
Hart- en vaatproblemen ontstaan niet vanuit het niets. Cardioloog Janneke Wittekoek zet in haar boek de risicofactoren op een rij die na verloop van jaren de kans op –onder andere– hartproblemen vergroten.

Algemene risicofactoren:

  • roken
  • hoge bloeddruk
  • te hoog cholesterol
  • overgewicht
  • suikerziekte
  • hart- en vaatziekten in de familie
  • migraine
  • auto-immuunziekten
  • depressie en angst
  • te weinig bewegen
  • ongezond voedingspatroon

Vrouwspecifieke risicofactoren:

  • hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap
  • zwangerschapsdiabetes
  • bepaalde gynaecologische aandoeningen, zoals eierstokcysten (PCOS)
  • vroeg in de overgang komen en andere hormonale problemen
  • de overgang

Meer zicht op man-vrouwverschillen
Dat cardiologen veel meer zicht hebben op het mannenhart en dat beter kunnen behandelen dan het vrouwenhart, heeft alles te maken met de opzet van geneesmiddelenonderzoek, legt Wittekoek uit. „Jarenlang zijn vrouwtjesproefdieren en vrouwen buitengesloten van onderzoek, omdat onze hormonale cyclus onderzoeksresultaten dusdanig in de war schopt dat het makkelijker is om ons gewoon maar weg te laten.” De cardiologische zorg is daardoor grotendeels gebaseerd op de resultaten van onderzoeken met mannen.

Maar, zo legt Wittekoek de vinger bij een cruciaal punt, wat als de hormonale huishouding van vrouwen nu juist een heel belangrijke rol speelt in het hart- en vaatziektenverhaal? Dat veel vrouwen deze problemen na de overgang ontwikkelen, wekt de indruk dat de hormonale balans van belang is. „Dan kan en mag je deze groep toch niet zomaar weglaten?”

De afgelopen jaren komt er in de gezondheidszorg steeds meer aandacht voor man-vrouwverschillen. Om goed in kaart te brengen welke gevolgen dat heeft voor ziekteprocessen, moet er nog veel wetenschappelijk onderzoek worden gedaan.

Minister Schippers van Volksgezondheid stelde vorig jaar 12 miljoen euro beschikbaar voor onderzoek naar de gezondheid van vrouwen. „We behandelen vrouwen op een manier die het best past bij mannen. We weten veel te weinig van hoe dat bij vrouwen anders zou moeten. Dat is niet acceptabel”, motiveerde Schippers dat besluit. Ook de Nederlandse Hartstichting zamelt geld in voor onderzoek naar het vrouwenhart.

 

Bron: Reformatorisch Dagblad, geschreven door Anca Boon