Fysiotherapie in de regio Uithoorn

Valangst vermindert de loopsnelheid van zelfstandig wonende ouderen

Naarmate ouderen zich meer zorgen maken over vallen gaan ze langzamer lopen, en dat effect wordt versterkt als de ouderen tijdens het lopen dubbeltaken moeten uitvoeren. Valangst is een betere voorspeller voor loopsnelheid dan het fysiek of cognitief functioneren van de ouderen. Dat concluderen onderzoekers die bij 204 zelfstandig wonende Duitse en Australische zeventigplussers de relatie tussen valangst en loopsnelheid analyseerden. Zij adviseren om bij geriatrische assessments ook de valangst te inventariseren.

Loopsnelheid
Ouderen die zich meer zorgen maakten om te vallen deden langer over een looptest van zes meter dan ouderen die minder bezorgd waren. En als zij tijdens het lopen een dienblad met een glas water moesten dragen of een muziekvraag beantwoorden vertraagden de bezorgde ouderen meer dan de ouderen zonder valangst. De functionele draagtaak met het dienblad leidde tot meer vertraging dan de cognitieve dubbeltaak met de muziekvraag.

Valangst
De angst om te vallen – gemeten met de Falls Efficacy Scale – beïnvloedde de loopsnelheid van de gemiddeld tachtigjarige ouderen meer dan hun fysieke of cognitieve fitheid. Dat bleek uit een statistisch model waarin de onderzoekers corrigeerden voor deze fitheidsfactoren, waarvan bekend is dat zij het valrisico daadwerkelijk verhogen.
Falls Efficacy Scale
De Falls Efficacy Scale-International (FES-I) is een vragenlijst die de valangst meet bij het uitvoeren van zestien sociale en ADL-activiteiten, zoals schoonmaken, zich wassen, aankleden, opstaan, traplopen, reiken, op bezoek gaan of een sociale gelegenheid bijwonen. De respondent wordt gevraagd om aan te geven hoe bezorgd hij of zij is om tijdens een bepaalde activiteit te vallen: helemaal niet bezorgd, een beetje bezorgd, tamelijk bezorgd of erg bezorgd. De score loopt uiteen van 16 tot 64, waarbij een hogere score overeenkomt met meer valangst.

Cognitie

Hoewel valangst de grootste invloed had op de loopsnelheid speelde ook de cognitieve status van de deelnemende ouderen mee. Ouderen die meer moeite hadden met de Digital Symbol Substitution Test liepen langzamer dan degenen die beter scoorden. Daarentegen konden de onderzoekers geen relatie aantonen met de score op de Trail Making Test.
Digital Symbol Substitution Test
Bij de Digital Symbol Substitution Test corresponderen de cijfers 0 tot en met 9 met verschillende symbolen. De testpersoon ziet een cijfer, zoekt zo snel mogelijk het bijbehorende symbool en vult dat in op het scoreformulier. De score is het aantal juiste antwoorden binnen twee minuten.
Trail Making Test
De Trail Making Test beoogt verdeelde aandacht en cognitieve flexibiliteit te meten. De test bestaat uit twee subtaken. Bij de eerste taak verbindt de proefpersoon in oplopende volgorde alleen cijfers met elkaar; bij de tweede taak moet hij om en om cijfers en letters verbinden (1, A, 2, B, 3, C enzovoort). Het verschil in tijd tussen de eerste en tweede taak geeft
aan hoe flexibel een proefpersoon omgaat met een wisselende context.

Vertaalslag naar de praktijk
Uit iemands loopgedrag kan veel informatie gehaald worden. Zo is het trager gaan lopen in verschillende studies genoemd als één van de kenmerken van kwetsbaarheid bij ouderen.
Het is vaak een van de eerste veranderingen in iemands functioneren die opgemerkt wordt. Ook is de loopsnelheid gerelateerd aan valrisico. Deze studie toont aan dat valangst
resulteert in trager lopen, zeker wanneer daar ook dubbeltaken aan toegevoegd worden. Dubbeltaken komen erg veel voor in het dagelijks functioneren. Het observeren van het
functioneel loopgedrag van een oudere cliënt kan daarom in de praktijk al veel informatie opleveren en aanknopingspunten bieden voor vervolgonderzoek, zoals het uitgebreider
screenen op valangst, valrisico en cognitieve problematiek als er sprake is van een traag looppatroon en/of problemen met het uitvoeren van dubbeltaken.

Geriatrisch assessment
Op basis van deze uitkomsten adviseren de onderzoekers om minder goed lopende ouderen uitgebreid te testen op het risico om te vallen. Bepalen of ouderen bang zijn om te vallen zou standaard deel uit moeten maken van een geriatrisch assessment. En omdat emoties, gedachten en gedrag de loopvaardigheid beïnvloeden promoten zij een bredere implementatie van cognitiefaffectieve gedragsinterventies om de mobiliteit van ouderen te verbeteren en hun valangst te verminderen.

Uitvoering
De onderzoekers bepaalden hoeveel tijd de deelnemende ouderen nodig hadden om zes meter af te leggen onder vier condities: op voorkeurssnelheid, op hoge snelheid, en
met een functionele of een cognitieve dubbeltaak (respectievelijk een dienblad met een glas water dragen en een muziekvraag beantwoorden). De onderzoekers stelden vervolgens
verschillende statistische modellen op om te bepalen welke factoren voorspellend waren voor de loopsnelheid van de ouderen.

Bron: NPi